The Whole Damn Thing in Bouillon (104 K Revisited)

The last Miles…

In slow motion klauter ik tussen de boomwortels de zoveelste steile helling op, ergens tussen Frahan en Botassart. Ik ben elk besef van tijd en afstand verloren en mijn benen doen pijn. Sinds Frahan, de drankpost op kilometer 91, ben ik echt wel een beetje op de sukkel. Maar tijd genoeg, dus traag mag. Nu… die drankpost van Botassart blijft toch wel heel lang weg. Twintig minuten geleden al vertelde m’n Runkeeper me dat ik aan kilometer 96 was, waarop ik prompt Sofie belde dat ik weldra aan het laatste ravitailleringspunt zou aankomen. Vanaf daar nog zes kilometer naar de finish. De buit is bijna binnen… De helling wordt steniger, en water klatert naar beneden. Daar komt een trail loper, die duidelijk niets met de wedstrijd te maken heeft, over het stroompje naar beneden gehuppeld. “Allez courage, dans 10 minutes il y a un ravito.” Mijn mond valt open. Hier klopt iets niet… Tien minuten… En die man liep… Plots giert de adrenaline door mijn aders. Mijn GPS horloge en Runkeeper zitten er dus kilometers naast, nog veel meer dan ik dacht. Aan dit tempo kom ik nooit meer voor acht uur binnen. De realiteit slaat me keihard om de oren. Met ruime overschot langs de tijdsbarrières, en dan alles verkwanseld omdat ik het zogezegd eens rustig aan ging doen. Het is als een nachtmerrie, 104 km doen om dan op de valreep een DSQ voor mijn naam te krijgen. Neen! Neen!! Neen!!! Ik brul als een gewonde leeuw en begin de berg op te hinken. Een vlakker stuk. Ik verbijt de pijn in mijn totaal verzuurde onderbenen en duw mezelf vooruit met de wandelstokken. Intussen klaarwakker denk ik aan de hindernissen die me na Botassart nog te wachten staan. Nog twee keer de Semois door… verschillende hellingen… klauterwerk… een aantal afdalingen waarop ik in deze staat niet meer dan 3 kmph haal. Dat lukt nooit. Tranen van ontgoocheling zitten klaar. Mijn Runkeeper vertelt dat de snelheid momenteel terug 7 kmph bedraagt. Toch? Wie weet? Als ik nu een paar kilometer zo kan afmalen op de relatief vlakke stukken, zal het misschien toch lukken. Daar zie ik het drankenstandje van Botassart al. Op de picknick bank staan 2 flessen cola, zie ik van ver. “Cola” roep ik uit. Niemand beweegt. Onhandig probeer ik een fles open te doen met als resultaat dat de twee flessen omvallen en me helemaal onderspuiten. “Nondedj…” weergalmt het. Dan maar zonder suiker op weg. Mijn handen plakken aan mijn poles, terwijl ik voortjakker naar beneden, naar de Semois toe. Eindelijk de eerste oversteek. Er staan een paar mensen van de veiligheid, die in verbinding staan met de posten. “Ben ik de laatste”? “Neen”, klinkt als ik plots tot aan mijn knieën in de modder zak. Muurvast. Wat nu? Ik gooi me vooruit en krabbel naar het touw. Het naveldiepe ijskoude water wast de cola en de modder weg. Vanaf hier nog 5 km. Minder dan een uur over. Aan de overkant wacht een licht hellend stuk, daar zou ik wat tempo moeten kunnen maken. Ik wil lopen, maar mijn verkleumde benen kunnen enkel schuifelen. Nu is het welletjes. Elke stap wordt wat groter. Daar gaan we… Ondertussen racen mijn gedachten over de afgelopen uren, al 19 uur onderweg…

On the Road to Frahan

On the Road to Frahan

Sleepwalking…

We waren om middernacht vertrokken. Ik was nog moe. Net terug uit India en Saudi Arabia. Slaapgebrek, jet-lag, gebroken rug vanop het vliegtuig en de laatste dagen 2 kilo aangekomen. Niet echt in vorm dus. En dan niets geslapen voor de start van de wedstrijd. Mijn langste ooit. En een van de zwaarste in België. Hoewel ik wist dat mijn conditie fundamenteel goed zat, leek niets vanzelf te gaan. Vanmorgen rond 8 uur in Sugny had ik een eerste grote dip. Ik moest moeite doen om niet gewoon al lopend in slaap te vallen. Ergens in de bossen meen ik een fata morgana gezien te hebben. Een grote witte tent, met uitnodigende banieren. En toen was ze weg… En zo banjerde ik voort terwijl mijn Suunto me vertelde dat ik al aan de drankpost had moeten zijn. De foto bij het eerste licht spreekt boekdelen.

Sleepwalking at km 52 in Sugny

Sleepwalking at km 52 in Sugny

Discomfort or Disaster?

Je moet je lichaam kennen. Pijntjes komen en gaan tijdens een ultra. Wanneer wordt het gevaarlijk? Ik weet in ieder geval dat deze keer mijn onderbenen zeer snel vermoeid en verkrampt waren en dat de eerste 52 km daardoor zwaarder waren dan eender wat ik de afgelopen tijd gedaan heb. En toen was ik nog maar halverwege. “Als je zover kunt lopen, kun je ook naar huis lopen” zei ik op dat punt tegen mezelf. Je moet weten hoe je hem moet aanpakken, die Sander. Of was het die recovery shake die me opgelapt heeft daar in Sugny? Me toegestopt door mijn volg team dat al een uur buiten aan die overvolle vervallen keet in het bos stond te wachten. Vertrokken voor dag en dauw om me te ondersteunen. Wat is het leuk dat mijn vrouw en schoonfamilie het er allemaal voor over hebben!

In Mouzaive at km 75

In Mouzaive at km 75

Rain and Tears.

Initieel vlogen we over de droge paden. Met vaste voet over duizelingwekkende kliffen. Om drie uur ’s nachts begon het te gieten. Exact zoals al dagen voorspeld door mijn weather app. Het stof werd modder, de afdalingen werden moeilijker. Ik kookte in mijn jasje. Bij het eerste daglicht ging het de rugzak in om er niet meer uit te komen. Later, tussen km 52 en km 75 is het nog eens beginnen gieten. Veel tijd verloren tijdens het dalen. Gelukkig was er al veel opgedroogd toen de meest technische stukken kwamen.

Sander's Supporters Club

Sander’s Supporters Club

Monkeys Run on Sandals. Here and There and Everywhere.

Vertrokken op Luna Oso sandalen. En ik was niet alleen deze keer. Sarah, een Amerikaanse, die ik vorig jaar met haar man op de Houffatrail had leren kennen, liep ook mee op haar Oso’s. Niet normaal. Twee weken geleden heeft ze nog meegedaan aan een 100 miler in Utah. Moeten opgeven na 57 mijl met pijn in de knie. Huppelt nu de Les Crêtes de Frahan op en af alsof het een hinkelspel op de speelplaats is. Go figure! Wij waren de enigen zonder schoenen. Luna sandalen lopen en klimmen uitstekend, maar houden minder van steile modderige afdalingen. Wat ik vandaag mocht ervaren. Sarah finishte een dik halfuur voor mij en zei later dat het deksels zwaar was…

The gnarly part. Man, climbing ladders after 95 km!

The gnarly part. Man, climbing ladders after 95 km!

Tech Toys Only Take You So Far

Wat kunnen die dingen voor ontgoocheling zorgen. Ik had mijn Suunto GPS uurwerk op “Good” in plaats van “Best” quality gezet om de batterij te sparen. Na 25 km had het ding er al 1 km bij gelapt. Tegen het einde zowaar 15 km. Mijn Silva hoofdlamp produceerde een zee van licht. Naar het einde van de nacht kon ik in de buurt van anderen gaan lopen om niet te struikelen met mijn straaltje licht. Volgende keer extra batterijen mee. Tot km 75 deed mijn Runkeeper het redelijk… En dan… dit.

Tja… hier loop ik dan, te proberen mijn verloren tijd goed te maken. Ik maak terug snelheid maar weet dat het niet gaat blijven duren. Het is zover. De markering verlaat de landweg en neemt me steil op een richel. Ik werk momenteel even veel met mijn armen als met mijn benen. Straks breken mijn stokken. What goes up must come down. Over de rotsen en naar beneden voor de tweede oversteek van de Semois. Hier ben ik helemaal alleen. Geen touw. Voorzichtig. Het kan maar een paar kilometer meer zijn. Lopen als een gek. Een laatste keer afdalen. De bossen uit, de brug over. Hoog boven me torent het kasteel en vrouw en kinderen roepen mijn naam. Het is 19h45. Ik kan het niet geloven. Wandel naar boven. Tijd genoeg. Applaus. De kinderen. De vrouw. De finish.

The last meters...

The last meters…

Did it! Ik duw mijn elektronica af en ga op de richel zitten om een Lunafie – een Luna selfie- te maken. Sofie haalt me een Orval en ik werk twee eclairs binnen. Dat doet me aan die andere bakkerszoon denken. Ik vraag Sofie hoe het geweest is met mijn trail buddy, die de week tevoren beslist heeft terug te schakelen naar de 56 K om zich te sparen voor de Grand-Duc-de-Chartreuse in juni. Frank heeft er een eigen helletocht op zitten en is net vertrokken naar huis. Maar heeft ondertussen zowaar een epische film gedraaid. Die zul je wel zien in zijn artikel. Knappe beelden.

Terwiijl ik de allerlaatste finishers zie binnenkomen en omarmd worden door hun geliefden, besef ik het. Het is gelukt. Mijn dag kan niet meer stuk… Straks tijd voor pita, champagne, een bad en… slapen. Ik wandel naar ons huisje als een oude man. Maar de volgende morgen zal ik fris opstaan. Kan ik me nu even niet voorstellen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

2 Reacties op “The Whole Damn Thing in Bouillon (104 K Revisited)

  1. Ongelooflijk dat je dit tot een goed einde bracht! Wat een karakter. Een diepe buiging van de trailbuddy. Ik bereid me nu al voor op de grote clash eind juni. Dat wordt ook nog een zware dobber.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s